Dorpsverleden

Alle erfgoed, documenten en verhalen met betrekking tot de geschiedenis van Eisden dorp en het gemeenschappelijk verleden met Leut en Meeswijk.

Met 11 nov om 11uur, de start van carnaval, in het zicht,
start in het CC Maasmechelen de expo: Alaaf –  carnaval.

Tentoonstellingsmaker Marc Milissen creëert een boeiende expo, die je laat kennismaken met carnaval als een belangrijk onderdeel van de Maaslandse identiteit. Alaaf bekijkt carnaval door drie veelkleurige maskers: carnaval in de wereld i.s.m. de Academie Beeldende Kunsten Maasmechelen, een kunstluik met morbide en absurdistisch werk van de internationaal gerenommeerde Nederlandse kunstenaar Folkert de Jong en ten slotte zoomt het feestmasker in op het gezicht van carnaval in Maasmechelen.

i.s.m. Dienst Erfgoed, de Maasmechelse carnavalsverenigingen en Gallery Sofie Van de Velde

Opening: zondag 25 september 2022 om 17u

Expoperiode: zondag 25 september t.e.m. zaterdag 12 november 2022

Openingsdagen en -uren: ma t/m vr: van 10 tot 12 uur en van 13 tot 17 uur, za van 9 tot 12 uur. Gesloten op zon- en feestdagen. De openingsuren kunnen afwijken. Raadpleeg onze website voor je bezoek.

Gratis activiteit

Vele Maasmechelaars zullen deze foto herkennen. Het is Mie Merken bij haar kelderhut. Ze was de enigste bewoonster van Eisden ten westen van de Zuid Willemsvaart.  Dit deel werd “Eysder Bos”  genoemd en bestond hoofdzakelijk uit weinig vruchtbare heidegrond. Wanneer de mijnmaatschappij in 1908 eigenaar wordt van de gemeentelijke heide en met de bouw van de eerste woningen e.d. start, verkoopt Mie Merken in 1911 haar “kelderhut” en verhuist als tachtigjarige naar Eisden dorp. Van Mie Merken weten we nog dat ze “verkenjerde” of dement werd en uiteindelijk in “het gesticht” van Munsterbilzen terecht kwam waar ze op 5 maart 1927 overleed. Ze was toen bijna 97 jaar.

Maar wat weten we van die kelderhut ? Als je het opzoekt bij Wikipedia, dan kom je, jawel, weer bij die foto van Mie Merken bij haar kelderhut terecht.  

Het wordt ook kuilhuis of kuilwoning genoemd. Kuilhuizen zijn te vinden in tal van oude culturen over de hele wereld. Het werd niet altijd als woning gebruikt maar vaker ook als voorraadplaats of een soort werkplaats. Het waren goedkope simpele constructies. Eerst werd er een rechthoekig gat uitgegraven en daarrond houten en/of lemen wanden met daarboven een zadeldak bedekt met stro.

Ook aan het huisje van Mie Merken zie je de kleine raampjes links in de buitenwand, die veel lager geplaatst zijn dan de deur aan het andere einde. Ter hoogte van de raampjes zal de woonruimte zich in de kuil bevinden. De kuil biedt een bescherming tegen de koude in de winter en door de natuurlijke vochtigheid een verkoeling in de zomer. De vloer zal waarschijnlijk, zoals bij vele woningen in het verleden, bestaan uit aangestampte aarde en versterkt met dikke keien. (zie foto’s hieronder)

In heel België is er blijkbaar nog maar één kelderhut te bezichtigen. Die vind je in Bokrijk, een reconstructie van een kuilwoning. Zij werd opgetrokken onder leiding van Charles Wellens (1889 – 1958) naar schetsen die hij tijdens de Eerste Wereldoorlog had gemaakt van een kuilhut of kelderhut bewoond door een eenzaat op de Koerselse heide. Men nam aan dat arme heidebewoners er woonden.

Hieronder een paar foto’s die ik van deze kelderhut in Bokrijk gemaakt heb. Op de het grondplan van Bokrijk vind je de hut onder nummer 30.

De enige kuilwoning of kelderhut in België is te bezichtigen in Bokrijk

Tentoonstelling van de Stichting Erfgoed Eisden:
>>>>>>>>>>>>>>>>>BLIJFT LANGER OPEN<<<<<<<<<<<<<<<<<
Sint-Willibrorduskerk Eisdendorp van Zondag 3 juli tot 7 aug 2022.
Openingstijden: Op zaterdag 10-16u en Zondag 10-14u.

*** Inclusief toelichting van het archeologisch onderzoek.
SAMENSTELLING EN FOTO’S: Pierre Kelleners

Verschillende grote werken op en rond het Vrijthof, de aanleg van een fietsbrug, een nieuwe ontdubbelingsweg en een nieuwe viaduct, schiepen met de bouw van nieuwe woongelegenheden op de site van de voormalige gemeenteschool voor een nieuw Eisdens dorpsbeeld.

Het Gemeentehuis

De eerste grote werken aan het Vrijthof betroffen de renovatie en verbouwing van het voormalige Eisdense gemeentehuis.

Het gebouw dateert van 1954 en was toen een voorbeeld van nieuw bestuurs- en administratief centrum. Na de gemeentelijke fusie van 1971 verloor het zijn oorspronkelijke functie. Verschillende gemeentelijke diensten vonden er een onderkomen. Tot het in hoofdzetel zou worden van de sociale huisvestingsmaatschappij  Het Maaslands Huis.

 Het werd niet alleen een uitbreiding maar ook een grondige renovatie, die mei 2013 afgewerkt was.

DE OPGRAVINGEN OP HET VRIJTHOF   

WAAROM HET ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK…?
Bij grote werken stoot men wel eens op archeologische vondsten. Naar gelang de goede wil van de ondernemer wordt dit gemeld en de vondsten bewaard. Dikwijls doet men dit niet omdat een archeologisch onderzoek de werken vertraagt.

Voor de heraanleg van het Vrijthof moest de gemeente Maasmechelen dus ook een dergelijk onderzoek laten uitvoeren.

Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 verplicht de aanvrager van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen een archeologienota bij de vergunningsaanvraag te voegen

Er zijn verschillende zaken die bepalen of een archeologienota noodzakelijk is. Je mag ervan uitgaan dat het voor verkavelingen zeker nodig is vanaf een perceel oppervlakte van 3000 m² of meer en voor bouwwerkzaamheden vanaf een perceel oppervlakte van 3000 m² of meer en een bodemingreep van 1000 m² of meer.

Het bestaande plein en de omliggende straten, evenals de trappen naar de kerk werden in het kader van dit project volledig vernieuwd. De straat aan de noordzijde van het plein, het Vrijthof, werd  hierbij ongeveer 6,5 m naar het zuiden verlegd. Op deze manier werd een bredere terras- en voetgangerszone aan de noordzijde gecreëerd.  

Aanleg van een fontein   

Centraal op het terrein werd een fontein voorzien met spuitkoppen (ca. 400 m2 )

Het begin    

 Op vrijdag 18 augustus 2017 was er een werfoverleg met Frank Jaspers, Klaudie Boosten (Architectuur Depot), Luc Didden (Grobelco), Pierre Wijnen (gemeente Maasmechelen), Elke Wesemael (ARON bvba) en Sebastiaan Augustin. Op deze vergadering werd de praktische uitvoering van de werken besproken. Het onderzoek was voorzien in twee fases. Fase 1, met als startdatum 21 augustus 2017. Het proefsleuvenonderzoek werd uitgevoerd op 21 en 22 augustus 2017. 

INTERPRETATIE

Het voorkomen van een plaggendek in het centrum van Eisden-Dorp kan verklaard worden vanuit een historisch kader. Het Vrijthof in Eisden gaat namelijk terug op een Dries, een gemeenschappelijk plein voor het vee of een plaats waar men mocht planten. De aanwezigheid van een plaggendek is dan ook te relateren aan het gebruik van het plein als akkergrond in vroegere perioden. Wanneer het plaggendek tot stand is gekomen is echter niet duidelijk.

Onderzoek van het spoor leverde twee dolium-fragmenten en één fragment bouwkeramiek   op. Deze vondsten dateren het spoor in de Romeinse periode.    Aanwezigheid van een fragment van een modern wijnglas in de vulling.   

MUREN

De sporen die in het zuiden en het oosten van het marktplein werden aangetroffen, zijn post middeleeuws.

De bakstenen muren te relateren aan de bebouwing, het voormalige gemeentehuis, die vanaf het midden van de 19de eeuw op het Vrijthof gestaan heeft. De muur in sleuf 5 gaat vermoedelijk terug op de originele bouw uit 1848, de muren uit sleuf 4 op een uitbreiding omstreeks 1883.  Dit gemeentehuis werd op 1 april 1945 door een uitslaande brand volledig vernield.

VONDSTEN

 Er werden in totaal 16 vondsten geregistreerd.

Het betrof acht fragmenten aardewerk, één fragment bouwkeramiek, één glasscherf, één menselijk botfragment en vijf metalen voorwerpen. Het aardewerk omvat twee wandfragmenten van de dolium, een voorraadpot uit de Romeinse periode. Beide fragmenten zijn afkomstig van eenzelfde pot of vaas vervaardigd in een doliumbaksel. Twee wandfragmenten en een randfragment zijn in rood beschilderd aardewerk gemaakt. Op geen van de fragmenten is echter beschildering aanwezig. Het randfragment   is afkomstig van een pot uit de tweede periode van Schinveld en kan in het eerste, mogelijk nog het tweede kwart van de 13de eeuw gedateerd worden35. De twee wandfragmenten zijn vanaf 1050 te dateren. Een volgend wandfragment is afkomst van een kruik in Maaslands aardwerk.  Tot slot leverde het onderzoek twee grote randfragmenten in geglazuurd witbakkend aardewerk op.  De fragmenten hebben toebehoord aan een teil met een niet ondersneden bandvormige rand. De teil dateert uit de late tot post middeleeuwse periode Het fragment bouwkeramiek is vermoedelijk eveneens Romeins, maar was dermate klein dat het niet mogelijk was om het aan een welbepaalde vorm (tegula, Romeinse dakpan) toe te wijzen. Het glasfragment betreft een voet, afkomstig van een modern wijnglas.

DE VIJF METALEN VONDSTEN zijn allen afkomstig uit de storthopen. Het gaat om vier niet nader te determineren loden fragmentjes en een koperen munt.   De munt betreft een goed geconserveerde Gelderse koperduit uit 1690. Op de voorzijde bevindt zich een tulpkrans met daarin de tekst.D. GEL RIÆ in drie regels en daaronder het jaartal. Dit is voluit: ducatus Gelriæ, en betekent: hertogdom Gelderland. Op de keerzijde bevindt zicht het Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: .IN. DEO. SP. NOS. (of variant). Dit is voluit: in Deo spes nostra, en betekent: onze hoop in de Heer. De muntmeester zou Johan van Brienen zijn geweest  

HET OUDSTE SPOOR dat het onderzoek aan het licht bracht is een kuil die op basis van enkele aangetroffen aardewerkfragmenten in de Romeinse periode dateert. Een andere kuil, een greppel en de oudste fase van de weg horen waarschijnlijk eveneens in deze periode thuis. De kans bestaat dat ze misschien zelfs ouder zijn. De greppel werd bijvoorbeeld onder de oudste fase van het wegtracé aangetroffen.

HET KINDERGRAF dateert vermoedelijk in de volle (900-1200) of late (1200-1600) middeleeuwen. Het is niet duidelijk of het gaat om een geïsoleerd graf dan wel om een graf dat deel uitmaakte van een kerkhof en hoe we de aanwezigheid van het graf dienen te verklaren. In de middeleeuwen werden overleden personen, zeker als het om christenen ging, immers rond of in het kerkgebouw begraven. Het graf is daarentegen op 30 m van de huidige en de romaanse kerk (13de eeuw) gelegen, buiten de afbakening van het kerkhofareaal zoals we het vandaag de dag nog kennen. Het menselijk botmateriaal is bestudeerd door Birgit Berk, fysische antropologe. Zij concludeerde dat het gevonden bot zeer waarschijnlijk een dijbeen is van een mens, meer bepaald een kind, met een leeftijd van ten minste 1,5 jaar. Waarschijnlijk was het individu eerder rond de drie jaar oud. Het volledige waarderingsverslag is terug te vinden onder bijlage

 WATERPUT

In het noorden van het Vrijthofplein werd een waterput (?) aangetroffen die een kuil doorsneed. Het betrof een vermoedelijke waterput, een kuil, een greppel en een paalkuil.   De vermoedelijke waterput heeft een diameter van ca. 3 m en een lichtbruine lemige vulling met enkele houtskoolspikkels en baksteenfragmenten erin

Geen van deze sporen leverde vondsten op. De donkere vulling van de waterput suggereert een middeleeuwse of na middeleeuwse datering. De sporen kunnen echter niet jonger zijn dan de 18de eeuw, gezien hun ligging in een zone die volgens historische kaarten vanaf het begin van de 19de eeuw bebouwd was.   

HET VIADUKT OVER DE KERKHOFSTRAAT

Dit brugje over de Kerkhofstraat leek een eeuwig leven beschoren. Het werd niet meer gebruikt.  Tenzij als rendez-vous oordje voor jonge paartjes, of voor een of andere door de regen verraste schuilende wandelaar.

Iedereen kende het ooit als het “het brökske” aan het einde van de Kerkhofstraat. Het was zichtbepalend en het was onlosmakelijk verbonden met de Kerkhofstraat. Een bouwsel dat zijn bestaan uitsluitend te danken had aan de goede oude stoomtram.

De tramlijn die in 1896 tot stand kwam als de lijn Tongeren Maaseik volgde eerst de Steenweg, nu de Rijksweg. Het spoor volgde de steenweg over de draaibrug Eisden 1, de Vuchterbrug, en geraakte zo in Eisden Dorp. Toen de Tuinwijk bewoond raakte konden de bewoners enkel gebruikmaken van de halte “Eisden. Café Charbonnage”, nu Beerensheuvel.

Met de snelle groei van de tuinwijken van de koolmijn, de uitbreiding van de Pauwengraaf als handelsstraat en de vestiging van het postkantoor op de hoek van de Koninginnelaan en de Nijverheidslaan, maakte een nieuw halte op dit kruispunt kennelijk ook interessant voor de Maatschappij van de Buurtspoorwegen.

Vanaf 1936 vormden de nieuwe vaste bruggen over de Zuid-Willemsvaart daarbij een nieuwe mogelijkheid om de lijn nu, over de brug Eisden 2, naar Eisden Dorp te verleggen.

De plannen en uitvoeringen dateren van 1938.

Omdat de tramlijn terug naar zijn bedding langs de Steenweg geleid moest worden moesten aan weerzijden van brug hellingen, de zogezegde, gelegd worden.

Grote hoeveelheden schist, het afvalgesteente dat in de kolenwasserij van de steenkolen gezuiverd werd, was een goedkoop gesteente, dat van onder de kolenwasserij per Décauville-smalspoor geen lange weg moest afleggen.

Van de Nijverheidslaan werd een zacht hellende berm voor het tramspoor aangelegd. Op de rechteroever van het kanaal werden dezelfde werken, richting de steenweg, uitgevoerd.

De helling naar de Dorpsstraat bleek, door de voortschrijdende mijnverzakkingen, geen geschikte weg voor de tram. Daarom plande men het tramspoor over een zacht dalende, richting de Steenweg.

Maar men moest over de Kerkhofstraat, vroeger de Zandstraat, geraken. En hiervoor werd het viaduct gebouwd.

In 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de tramlijn nog eens verlegd. Nu volgde ze Koninginnelaan en de Zetellaan tot aan de koolmijn. En vervolgde dan zijn weg naar de brug en de Steenweg.

Toen het in 2021 gesloopt werd had het 83 jaar het zich van de Kerkhofstraat bepaald.

Met de gewijzigde wegeninfrastructuur in en rond Eisden drong zich ook een oplossing op voor het drukke doorgangsverkeer voor Eisden Dorp op.

De oplossing lag bij een ontsluitingsweg van de brug rechtstreeks naar de Rijksweg.  De berm van de tramlijn werd vernieuwd en een nieuwe weg aangelegd.

Met de nieuwe fietsbrug die in mei 1921 ingehuldigd werd kon men vijf maanden later, begin oktober 2021, ook de nieuw weg over het nieuwe viaduct in gebruik nemen.

DE POORT VAN DE GEMEENTESCHOOL

De al geruime tijd leegstaande Eisdense gemeenteschool moet de plaats ruimen voor nieuwe woongelegenheden. De duizenden leerlingen die hier ooit op de schoolbanken zaten zullen ondanks alle renovatie, herbestemmingen en nieuwbouw, toch nog altijd aan hun vroegere schooltijd herinnerd worden.  Het visuele beeld van de school, die in 1931 afgewerkt was,  zal in het straatbeeld aanwezig blijven. Het mooie poortgebouw, eens het centrale deel van de school, blijft ook in de nieuwe architectuur behouden. Het blijft in de Onderwijsstraat een mooie blikvanger.

 In overleg met de gemeente Maasmechelen worden appartementen met één of twee slaapkamers voorzien voor bijvoorbeeld alleenstaanden, kleine gezinnen en ouderen. Ook zijn tien van de 32 appartementen aangepast voor mensen met een beperking.

De voormalige school staat al enige tijd leeg. Maaslands Huis kocht deze gebouwen aan en voorziet er nu sociale huisvesting. Het mijngebeuren heeft een nadelige invloed op de gebouwen gehad. Ze worden gedeeltelijk afgebroken en weer opgebouwd. Toch zal het visuele beeld van de school in het straatbeeld aanwezig blijven. Het centrale deel van de school is een mooi poortgebouw dat ook in de nieuwe architectuur behouden blijft.

 Aan de straatzijde voorziet  het Maaslands Huis op het gelijkvloers acht appartementen met één slaapkamer, waarvan vier aangepast voor personen met een beperking. Op de eerste verdieping, samen met het dakniveau, komen er acht duplex-appartementen met twee slaapkamers. De latere aanbouw aan het symmetrisch schoolgebouw wordt afgebroken. Op deze plaats voorziet Maaslands Huis een doorgang met daarboven in totaal vier appartementen.
 In het binnengebied wordt een gebouw met vier bouwlagen met lift voorzien, met in totaal twaalf appartementen, allen met twee slaapkamers waarvan zes aangepast voor personen met een beperking. Het gelijkvloers niveau van dit gebouw bevat twintig overdekte parkeerplaatsen.

Tentoonstelling van de Stichting Erfgoed Eisden:

SAMENSTELLING EN FOTO’S:     Pierre Kelleners

Bronnen: Archeologisch verslag Elke Wesemael (ARON bvba) en Archief Stichting Erfgoed Eisden

Erfgoed
Eisden
Gazette

Alle artikels die op deze website zijn verschenen maar ook die op de vorige website vanaf 2008. Denk hierbij aan historische berichten, actuele gebeurtenissen, schenkingen, aankondigingen maar ook wetenswaardigheden.

Sommige berichten tref je ook aan in de hoofdstukken mijn- of dorpsverleden als ze ook hier relevant voor zijn. Als je op zoek bent naar een bepaald artikel dan kan je hiervoor de zoekfunctie gebruiken

Instructie voor het zoekvenster

Typ de zoektekst in het zoekvenster hieronder. Na een korte wachttijd  zal er een uitklapvenster verschijnen met de zoekresultaten. Let op de zoekfunctie is zeer krachtig. Het doorzoek de hele website. Probeer uw zoektekst zo concreet mogelijk te formuleren.


Als je een zoekresultaat aanklikt verschijnt het volledige artikel. Als je het artikel sluit door de terugkeerpijl linksboven op de pagina te klikken kun je een ander zoekresultaat kiezen. Het uitklapvenster met de zoekresultaten zal weer verschijnen als je even in het zoekvenster klikt of op het vergrootglaasje rechts.  

De zoektekst kan verwijderd worden door de tekst te wissen of een nieuwe tekst in te voeren.

Zoekvenster

Zoeken in alle artikels op deze website

100 jaar Charbonnage

Tentoonstelling de mijn van Eisden in beelden 100 jaar geleden - op 7 september 1922 - ging de mijn van ...
Verder Lezen

Expo: Alaaf – carnaval

Met 11 nov om 11uur, de start van carnaval, in het zicht, start in het CC Maasmechelen de expo: Alaaf ...
Verder Lezen

Open monumentendag 2022

Op 7 september 1922 zijn voor het eerst steenkolen uit de kolenmijn van Eisden vertrokken naar een klant... Daarom staat ...
Verder Lezen

Nieuwe toeristische trekpleister in Eisden cité.

128 m2 grote muurschildering als eerbetoon voor de mijnwerkers en herdenking van de start van de kolen exploitatie in september ...
Verder Lezen

Voor onze dialect vrienden

Het is ons gelukt: het folkfestival van Ham wil de deuren openzetten voor optredens in de Limburgse dialecten en zo ...
Verder Lezen
/ Evenementen

Wat is een kelderhut?

Vele Maasmechelaars zullen deze foto herkennen. Het is Mie Merken bij haar kelderhut. Ze was de enigste bewoonster van Eisden ...
Verder Lezen

Eisdendorp hertekend

Tentoonstelling van de Stichting Erfgoed Eisden: >>>>>>>>>>>>>>>>>BLIJFT LANGER OPEN<<<<<<<<<<<<<<<<<Sint-Willibrorduskerk Eisdendorp van Zondag 3 juli tot 7 aug 2022. Openingstijden: Op ...
Verder Lezen

KIND ZIJN IN OORLOGSTIJD

De Stichting Erfgoed Eisden kreeg een uitnodiging van de Basisschool De Triangel om de leerlingen van het 5de leerjaar het ...
Verder Lezen

Basisschool Proosterbos. Leer je gemeente kennen

Zoals tijdens elke schooljaar begeleidden de gidsen van de Stichting Erfgoed Eisden de leerlingen van Maasmechelse scholen op hun zoektochten ...
Verder Lezen
/ gidsen, Wetenswaardig

Animatie over hoe de steenkolen in Limburg de industriële revolutie ontketende.

Hoe is het allemaal begonnen met die steenkolen in Limburg? Dit tekenfilmpje van het Provinciaal Centrum voor Cultureel erfgoed Limburg ...
Verder Lezen
/ Mijnverleden

Deze historische kaart van 1911 heeft een belangrijke invloed gehad op Eisden cité.

Vooral het lappendeken van vele kleuren wijst op vele staatjes en gedeeltelijk onafhankelijke landen in dit voormalig deel van Europa ...
Verder Lezen
/ Mijnverleden
Foto Ulli Kohlbacher

Ons museum in Vlaanderen vakantieland (update 19 mei 2022)

Datum: 30 april 2022 tijd: ca 18h30. Op 6 april is de filmploeg van Vlaanderen Vakantieland op bezoek geweest in ...
Verder Lezen
/ Evenementen

Erfgoeddag 24 april 2022

In het Sint Barbarazaaltje is op 23-04-2022 de tentoonstelling van schoolfoto's geopend en heeft er openingsreceptie plaatsgevonden voor het nieuwe ...
Verder Lezen
/ Evenementen

Gedenkteken de putmannen

Dit gedenkteken is op 23 april 2012 ingehuldigd. Het staat op het kerkplein recht tegenover de Sint Barbara Kerk. Het ...
Verder Lezen

Tuinwijk2020 ontvangt de Cultuurprijs 2021.

Burgemeester Raf Terwingen overhandigde op 13 nov 2021 de 2-jaarlijkse Cultuurprijs van de gemeente Maasmechelen aan Tuinwijk2020. Deze prijs wordt ...
Verder Lezen

Dorpsverleden

Alle erfgoed, documenten en verhalen over de geschiedenis van Eisdendorp en het gemeenschappelijk verleden met Leut en Meeswijk.

Het dorpsverleden van Eisden

Eekhoorn R transarant

Beknopte geschiedenis van Eisden.

Deze beschrijving is van G.H. Dexters (1936) gewezen onderwijzer in Eisden.  Het verhaal begint in het Mesolithicum, dat is de overgang van rondtrekkende jagers-verzamelaars naar het begin van veeteelt en landbouw (ca 10.000 – 7500 vC) tot 1830 toen  Belgïe onafhankelijk werd van Nederland.

Eisden is één van de oudere nederzettingen uit het Maasland. De oudste bewoningssporen dateren uit het Mesolithicum. Vanaf dit ogenblik was er reeds een continue bewoning waaruit zich stilaan de dorpskern van het oude Eisden, Eisden-dorp, ontwikkelde … 

Lees het hele artikel

Vanwaar komt de naam Eisden?

In  dit artikel over het verleden van Eisden wordt specifiek ingezoomd op de herkomst van de naam Eisden. Dit verhaal begint in het jaar 1234 en eindigt in 1971 bij de gemeenten fusie van Maasmechelen. De auteur van deze tekst is Jan Kohlbacher. 

 Het dorp Eisden werd in onze tijdrekening een eerste maal in op 13 juli 1234 als “Eskede” vermeld. Over de oorsprong van deze plaatsnaam verschilden de geschiedkundigen in Belgisch- en Nederlands Limburg nogal eens van mening. …

Lees het hele artikel

Meer geschiedenis?

Op de website van de  Familie Ramakers-Meyers (ramakersonline.be) vind je specifieke verhalen die niet alleen het verleden van Eisdendorp en zijn bewoners beschrijven. 

Directe link naar de website

Eekhoorn L transarant

Artikels over het dorpsverleden

Sortering: oudste eerst!

Van Klein maasdorp naar industrie

Eeuwenlang bestond het Maasland slechts uit kleine dorpskernen te midden van akkers en velden, weiden, heide en bossen, beken en de Maas. De mensen moesten ...
Verder Lezen

ASWOENSDAG in EISDEN

Carnaval en Malbrook verbranden en Pèèrdskeutele Pier Tijdens de komende carnavaldagen krijgen twee volkskundige tradities weer hun plaats te Eisden Dorp.Twee gewoonten die met het ...
Verder Lezen

Jan Kolbacher vertelt over het voedsel tijdens de oorlog

De Stichting Erfgoed Eisden stelt zijn medewerlers ook ter beschikking van de Maasmechelse scholen. In het project "Voeding" van de Basisschool De Dreef in Leut ...
Verder Lezen

MAASMECHELSE DORPEN TIJDENS WO I

De heemkundige kringen 't Oude Grimbiaca, Vochte en Stichting Erfgoed Eisden stellen de gezamelijke publicatie 'MAASMECHELSE DORPEN TIJDENS WOI - Het dagelijks leven" voor. Een ...
Verder Lezen

EISDEN-DORP VROEGER EN NU DOOR FLOR VANLOFFELD

Bron tijdschrift Eisden juli-2015 Onze ere-ondervoorzitter, wijlen Flor Vanloffeld, legde met lens en pen voor zijn collectie Eisden-Dorp, vroeger en nu talrijke beelden vast en ...
Verder Lezen
/ Dorpsverleden

EEN HISTORIE VAN DE EISDENSE ARCHEOLOGISCHE VONDSTEN

Bron Tijdschrift Eisden 2015 Jaargang 32 nr. 3 Waar nu mensen wonen in de gezellige sfeer van Eisden-Tuinwijk en winkelen in de riante omgeving van ...
Verder Lezen

Eisdendorp hertekend

Tentoonstelling van de Stichting Erfgoed Eisden: >>>>>>>>>>>>>>>>>BLIJFT LANGER OPEN<<<<<<<<<<<<<<<<<Sint-Willibrorduskerk Eisdendorp van Zondag 3 juli tot 7 aug 2022. Openingstijden: Op zaterdag 10-16u en Zondag 10-14u ...
Verder Lezen

Wat is een kelderhut?

Vele Maasmechelaars zullen deze foto herkennen. Het is Mie Merken bij haar kelderhut. Ze was de enigste bewoonster van Eisden ten westen van de Zuid ...
Verder Lezen

Expo: Alaaf – carnaval

Met 11 nov om 11uur, de start van carnaval, in het zicht, start in het CC Maasmechelen de expo: Alaaf - carnaval. Tentoonstellingsmaker Marc Milissen creëert ...
Verder Lezen

Bron Tijdschrift Eisden 2015 Jaargang 32 nr. 3

Waar nu mensen wonen in de gezellige sfeer van Eisden-Tuinwijk en winkelen in de riante omgeving van ‘Maasmechelen Village’, leefden en werkten twee- duizend jaar geleden ook al mensen. Op de grens van het Maasdal, met zijn vruchtbare leemgronden, uitgestrekte heidevlakten en beboste gebieden tegen de zacht glooiende hellingen van het plateau situeren zich dan ook de oudste bewoningssporen. De oudste ‘Eisdenaren’ vonden het een geschikte plaats om zich te vestigen.
Eeuwenlang was Eisden niet meer dan een kleine typisch Maaslandse dorpskern in T-vorm waarvan het korte been parallel liep met de Maas en het lange been zich westwaarts uitstrekte in de richting van de heide en de kleine bossen op de helling van het Kempens plateau.
Bij het begin van de 19de eeuw was Eisden een kleine gemeenschap, er leefden slechts 280 mensen verdeeld over 48 gezinnen: 48 gehuwde mannen, 8 weduwnaren, 90 ongehuwde mannen en mannelijke kinderen, 48 gehuwde vrouwen, 12 weduwen en 84 ongehuwde vrouwen en vrouwelijke kinderen.
Ze waren vooral actief als landbouwers en veetelers. De rijkere leemgronden aan de oostkant van het dorp waren in gebruik als landbouwgrond, de vochtige omgeving van de moerassige gronden werd gebruikt als weilanden voor het vee. De uitgestrekte heidegebieden in het westen, werden benut als gemeenschappelijke graasplaatsen voor de schapen en leverden heideplaggen die gebruikt werden als strooisel in de stallen en als aanvullende brandstof voor de huisbrand. Het gerooide hout werd benut als bouwmateriaal of als brandhout voor de verwarming van de woningen. De bewoners moesten hard werken om te voorzien in hun levensonderhoud.
Het is zeker dat deze mensen bij hun bezigheden op de akkers of de heide toevallig overblijfselen van vroegere bewoning hebben teruggevonden: restanten van metalen werktuigen of wapens, sieraden, aardewerk, glazen flessen, restanten van een begraafplaats of overblijfselen van bouwwerken… Uit onwetendheid werd er weinig aandacht aan geschonken. Aardewerk werd wel vernield om de ‘verborgen geldschat in de pot’ te vinden… helaas meestal zonder resultaat. Soms werden mooi bewerkte voorwerpen voor een habbekrats opgekocht om dan uiteindelijk te belanden in de verzamelingen van notabelen

19DE-EEUWS ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK
Vóór het einde van de 19de eeuw was er van gedegen archeologisch onderzoek

Uittreksel uit de Kabinetskaart van graaf de Ferraris (opgemaakt tussen 1771 en 1778). De T-vormige dorpskern tekent zich duidelijk af tussen de westelijke heide en de oos- telijke Maas. Opvallend zijn de uitgestrekte moerassige gebieden ten Noordoosten en Zuidwesten van het bewoningsgebied. De wegeninfrastructuur was beperkt tot een klein aantal onverharde verbindingswegen met de buurdorpen en enkele ‘karresporen’ als toegang tot het heidegebied.

op een wetenschappelijke basis geen sprake. Er werden wel oudheden opge- graven – Pompeï was reeds in het begin van de eeuw voor een gedeelte bloot- gelegd – maar de vondsten berustten op louter toeval. Indien er een voorwerp werd gevonden, werd gewoon verder gegraven met de bedoeling het museum- bezit of de particuliere verzameling te verrijken. Er werd geen notitie genomen van de omstandigheden waarin de voorwerpen gevonden werden, noch werd er rekening gehouden met een juiste situering in het geheel van de vindplaats. Opgravingsplannen, waarop elke vondst minutieus werd ingetekend, werden niet gemaakt. In het meest gunstige geval werd er een oppervlakkige situatie- schets gemaakt, die soms zo onduidelijk en onnauwkeurig was dat we de plaats nu niet meer kunnen lokaliseren… De beschrijving van de vondsten beperkte zich meestal tot een eenvoudige opsomming van de gevonden voorwerpen. Het eindrapport bestond dan uit een plechtig schrijven aan de hogere overheid. De vondsten werden overgedragen aan de goede zorgen van het Provinciebestuur dat ze opsloeg in de kelders… om nu spoorloos verdwenen te zijn… want ‘er zat geen papiertje bij met vermelding van de vindplaats’ …

Het 19de-eeuwse archeologisch onderzoek stond duidelijk nog in zijn kinder- schoenen!

NFRASTRUCTUURWERKEN IN HET MAASLAND EN ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK IN EISDEN…

Tijdens de overgangsjaren van de 18de naar de 19de eeuw begon een periode die het uitzicht van het Maasland in een versneld tempo en op een drastische wijze veranderde: het uitgraven van een kanaal, de aanleg van een rijksweg of de ontginning van de rijke leemlagen in de alluviale Maasvlakte om er in veldbrandovens bakstenen van te maken. Tijdens deze grootschalige grondwerken gebeurde het meer dan eens dat er voorwerpen uit een ver verleden aan het licht kwamen. Ook op het grondgebied van de gemeente Eisden was dit het geval.
Enkele jaren na de komst van de Franse legers, in 1794, werd gestart met de aanleg van de ‘Rigole Navigable’ die vanuit Hocht zorgde voor de aanvoer van Maaswater naar het ‘Grand Canal du Nord’ in Lozen. Reeds in 1808 waren de werken aan dit voedingskanaaltje gevorderd tot Eisden. Meteen werd het Eisdense grondgebied tot groot ongenoegen van de dorpsbewoners in twee delen gesplitst: ten oosten van de ‘Rigole’ lagen de dorpskern en de vruchtbare alluviale gronden die in gebruik waren als landbouwgebied en weilanden. Ten westen, op de zandige gronden, waren er heidevlakten en bevonden zich ‘Les Jardins d’Eysden’ waar de bewoners aan kleinschalige tuinbouw deden.
Na de val van Napoleon in 1815, zag de Nederlands koning Willem I wel mogelijkheden in het Franse waterbouwproject. Hij liet de ‘Rigole Navigable’ verbreden en uitdiepen om er een volwaardig kanaal, de Zuid-Willemsvaart, van te maken. Tijdens deze werkzaamheden werden regelmatig ‘oudheden’ gevonden. Op de grens van Eisden en Lanklaar werden in de jaren 1820, tijdens het uitgraven van het grote kanaalbassin, door de werklieden romeinse dakpannen, muurresten en scherven van terra sigillata-aardewerk gevonden.
In 1857 werden op de eigendommen van Graaf Vilain XIIII, ten westen van het bassin, door zijn arbeiders een onbekend aantal ‘Romeinse graven’ aangetroffen waarin zich rood en zwart aardewerk bevond samen met een klein gouden stempeltje. Over de precieze toedracht van de vondst, de juiste vindplaats, het aantal stukken en de vorm van het aardewerk blijven we in het ongewisse. In de kringen van de toenmalige oudheidkundigen raakten deze vondsten vlug bekend. De Nederlandse priester en latere Rijksarchivaris van Limburg, J. Habets en de Luikse rechter M. Schuermans waren op dat ogenblik bezig met een poging om de Romeinse statio Feresne, die duidelijk staat aangegeven op de Peutingerkaart, te localiseren. In 1867 deden zij onderzoek aan de voet van de kanaaldijk in Mulhem, in de nabijheid van ‘de Panneschob’. Dit leverde heel wat restanten van Romeinse bouwmaterialen op: tegulae, imbrices, mortel en pleister. Te midden van het puin troffen ze ook de grondvesten aan van de oude St.-Janskapel die werd afgebroken bij de aanleg van de Zuid-Willemsvaart. De twee oudheidkundigen waren er vast van overtuigd dat ze de statio Feresne konden localiseren in het kleine Mulhem…

Een tweede ingrijpende aanpassing, in de jaren 1812 en later, was de grondige vernieuwing van de in een haast onbruikbare toestand verkerende verbindingswegen om de Franse troepenverplaatsingen vlotter te laten verlopen. Het traject van de aloude Romeinse heirbaan, aangelegd rond het jaar 70 n.C., die Maastricht met Nijmegen verbond, werd verlaten. Deze heirbaan, uit verharde kiezel, volgde de grens tussen het dekzandgebied en de alluviale vallei die gevormd was door de talloze Maasmeanders. De nieuwe ‘Rijksweg’ die het Franse Givet, via Namen-Luik-Maastricht en Venlo, verbond met het Duitse Wesel zorgde weer voor een veranderd beeld in Eisden.
De T-vorm van het dorp verdween stilaan om plaats te maken voor een uit- gebreider stratenpatroon met een relatief geconcentreerde bewoning tussen Rijksweg en Zuid-Willemsvaart.
Tijdens deze werkzaamheden ondervonden de aannemers dat de Eisderkiezel bijzonder geschikt was voor de wegenbouw. Aan de westzijde van het kanaal ontstond dan ook een nieuwe ‘nijverheid’: de ambachtelijke ontginning van de kiezellagen aan de voet van het Kempens plateau. Niet alleen was dit een welkome aanvulling voor het inkomen van ondernemende inwoners van Eisden, maar zorgde het ook voor de bijnaam van de dorpsbewoners: ‘de Eisdense kiezelbeiren’!

Tijdens de uitbating van deze kiezelgroeven kwamen regelmatig ‘oude voorwerpen’ aan het licht. De arbeiders schonken er echter geen aandacht aan. Tijdens hun verkenningstochten vanuit Mulhem in de richting Eisden werd de aandacht van J. Habets en M. Schuermans getrokken door de aanwezigheid van vier heuvels en een aantal verhoogde wallen. In 1867-1868 voerden zij er een bodemonderzoek uit dat werd gesubsidieerd door de Provincie Limburg.
Van beide opgravingscampagnes bestaat een uitgebreide briefwisseling met het provinciebestuur. Deze teksten mag men beschouwen als opgravingsverslag. In de bijlagen bevinden zich rudimentair getekende situatieplannetjes die niet altijd even duidelijk zijn. Van tekeningen van de vondsten is er nergens een spoor. De gevonden artefacten zijn eveneens spoorloos… In Eisden-dorp werden nog een aantal vindplaatsen ontsloten, o.a. langs de Langstraat en de Leuterweg. Het ligt in onze bedoeling in de komende afleveringen van dit tijdschrift een zo volledig mogelijk overzicht van de Eisdense vondsten samen te stellen aan de hand van de beschikbare gegevens. Bij de voorbereidingen van dit project ondervonden we onmiddellijk dat het niet eenvoudig zal zijn de ‘historie van de Eisdense archeologische vondsten’ te reconstrueren.
We beseffen dat dit overzicht in schril contrast zal staan met de bevindingen van de opgravingen op de ‘Mottekamp’ te Mechelen waarvan we de resultaten zullen kunnen bewonderen in een prestigieuze tentoonstelling van het Cultuur- centrum aan de Koninginnelaan te Eisden.

Robert Dexters

Bron tijdschrift Eisden juli-2015


Onze ere-ondervoorzitter, wijlen Flor Vanloffeld, legde met lens en pen voor zijn collectie Eisden-Dorp, vroeger en nu talrijke beelden vast en vergeleek ze met opnamen die hij ook nog na het jaar 2000 maakte.
Hieruit kozen we dit beeld van twee oude woningen aan het Vrijthof. Destijds schreef Flor er volgend bijschrift voor:
“1963. Vrijthof. Oude woningen in de nabijheid van het Vrijthof. De dubbelwoning links kende vele bewoners. Als laatste verbleef er Albertien van Kris van Klaos. Vroegere bewoners waren Henri Tommissen en zijn echtgenote Anna Dedroog, de familie Penders, een Italiaanse roomijsverkoper en de familie Smeets, wiens echtgenote Josée er eveneens ijsroom verkocht. Kris van Klaos en zijn echtgenote vonden er hun laatste woonplaats. Vlak naast deze woning, het zogezegde Getske, of Broekhofstraat(-je). Verder de woning Chech, daarachter de witte gevel van de woning Janssen-Vanheel, ook bekend als bij Liebeke. Later woonde er Pier-Jan-van-Liebeke met zijn echtgenote Cornelia. Zij bouwden later een nieuw huis, rechts van het oude gelegen, waar Cornelia een winkel in lingerie, textiel en garen uitbaatte. Het lage gebouwtje dat zich tot aan de straat uitstrekte diende als kolenopslagplaats voor de kolenhandel van Pier-Jan Janssen.“
Nvdr.: Pier-Jan en Cornelia waren de ouders van Nelly, de echtgenote van Flor Vanloffeld – foto: Flor Vanloffeld.

De heemkundige kringen ‘t Oude Grimbiaca, Vochte en Stichting Erfgoed Eisden stellen de gezamelijke publicatie ‘MAASMECHELSE DORPEN TIJDENS WOI – Het dagelijks leven” voor. Een boek over Wereldoorlog I in Opgrimbie, Vucht en Eisden.

Tientallen verhalen, getuigenissen en feiten schetsen een knap beeld van het dagdagelijkse leven onder de Duitse bezetter.

De voorstelling van het boek vindt plaats op vrijdag 26 september 2014 om 19.00 uur in het Cultuurcentrum, Koninginnelaan 42 – Maasmechelen.

Alle leden van ‘t Oude Grimbiaca, Vochte en Stichting Erfgoed Eisden ontvangen een GRATIS exemplaar. Voor andere geïnteresseerden wordt het boek aangeboden aan 12 Euro per persoon, verzendingskosten inbegrepen.

De publicatie werd mede mogelijk gemaakt door de financiële en logistieke steun van Efgoedcel Mijn-Erfgoed en het gemeentebestuur van Maasmechelen.

De Stichting Erfgoed Eisden stelt zijn medewerlers ook ter beschikking van de Maasmechelse scholen. In het project “Voeding” van de Basisschool De Dreef in Leut was er ruimte voorzien voor het thema “Eten in oorlogstijd”. Jan Kohlbacher vertelde aan de leerlingen van de 2de en 3de graad hoe de kinderen tijdens de oorlog met voeding moesten omgaan. Met documenten, van rantsoeneringszegels tot opstellen uit die tijd over de schoolkoek, en affiches en foto’s, illustreerde hij de verhalen. De leerlingen zelf toonden zich uitstekend voorbereid, zodat het fijne lessen werden.

Carnaval en Malbrook verbranden en Pèèrdskeutele Pier

Tijdens de komende carnavaldagen krijgen twee volkskundige tradities weer hun plaats te Eisden Dorp.
Twee gewoonten die met het beëindigen van de “zotte en vette dagen” en het begin van de “karige tijden” te maken hebben.

Op Aswoensdag richt de Stichting Erfgoed Eisden de bedeling van de vastenbroodjes in. In Eisden en omgeving beter gekend onder de volkskundige benaming “Pèèrdskeutele Pier”. Deze Eisdense figuur deelt na de Aswoensdagmis, aan de kerkdeur, de “pèèrdskeutel” uit aan de kerkgangers. Ooit was dit de pacht voor het Kerkelandje. Pier Ramakers moest in ruil voor een jaarlijkse pacht de kinderen die hun askruisje konden laten zien een krentenbroodje schenken, “so groot al eenen pèèrdskeutel”.
Na deze mis en de bedeling vindt dan een andere oude gewoonte plaats in de zaal van de Harmonie Vrij Vooruit. De carnavalsvereniging Van Eisden Geis tot Bosbeir organiseert er het jaarlijkse Malbrook- proces. De rechtbank zal luisteren naar het betoog van de openbare aanklager, die Malbrook zal beschuldigen van alles wat er verkeerd liep tijdens het voorbije jaar. Dan krijgt Malbrooks’ advocaat het woord waarna de rechter de boosdoener tot de brandstapel zal veroordelen.

De verbranding is een verwijzing naar de winterverbranding en van de verbranding van Carnaval zoals dit meer dan tachtig jaar geleden te Eisden al plaatsvond toen de gastarbeiders met deze eigen traditie hier aanknoopten.
Hoe uiteenlopend van opzet ook, toch hebben beide tradities een oud onderling verband. Uit het Eisdense verleden blijkt dat de achtergronden van beide volkse vieringen gemeenschappelijke Eisdense wortels hebben.

ASWOENSDAG 06 februari 2008

14. u. Aswoensdagviering in de Sint Willibrorduskerk na de mis uitdeling van de vastenbroodjes door Pèèrdskeutele Pier

15 u. Hiéringe Biète en Malbrookproces in de zaal Vrij Vooruit gevolgd door de verbranding van Malbrook op het Vrijthof.

Iedereen is hartelijk uitgenodigd om beide traditionele vieringen bij te wonen.

Informatie: 089 76 45 75

Eeuwenlang bestond het Maasland slechts uit kleine dorpskernen te midden van akkers en velden, weiden, heide en bossen, beken en de Maas. De mensen moesten hard werken om te overleven. De meeste Maaslanders waren landbouwers die hun brood verdienden met landbouw of veeteelt. Op de onvruchtbare heidegronden van Eisden was dat bijzonder moeilijk. Sommigen zochten een uitweg in seizoensarbeid: “naar de brikken” in Duitsland…
Aan deze toestand kwam pas een einde bij het begin van de 20e eeuw. Reeds in 1876 verklaarde de Leuvense professor Guillaume Lambert als eerste dat in de Kempense bodem een dikke steenkoollaag verborgen lag. Het bewijs werd geleverd toen geoloog André Dumont in de nacht van 1 op 2 augustus 1901 kolen aanboorde te As.
In meerdere Limburgse gemeenten werden mijnen opgestart.Voor het Maasland werden in 1907 concessies verleend aan de “NV Limburg-Maas”, met vestigingsplaats te Eisden. Ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog zou het echter nog tot 1921 duren eer de eerste schacht voltooid was. Pas op 7 september 1922 werd het eerste wagentje met kolen opgehaald. De industriële geschiedenis van Eisden kon beginnen…
Tot in de jaren 40 bleven de steenkolen de voornaamste energiebron. Door de ontwikkeling van nieuwe energiebronnen, in de jaren 50, verloren de steenkolen aan belang. Bovendien waren buitenlandse steenkolen beterkoop, de ontginning van de Limburgse steenkoollagen via diepe schachten was bijzonder duur en uiteindelijk niet meer rendabel. De meeste mijnen begonnen verlies te maken en konden nauwelijks overleven.
In de jaren 80 volgden dan de mijnsluitingen. Eisden kwam in 1987 aan de beurt…

Achtergrond-informatie: G. Persoons, Fietsen door culturen. Op zoek naar het verleden en heden van Eisden, L.I.C. Maasmechelen, 1997.