Wetenswaardig

Over studies, boeken, publicaties, documentaires, films enz

Vele Maasmechelaars zullen deze foto herkennen. Het is Mie Merken bij haar kelderhut. Ze was de enigste bewoonster van Eisden ten westen van de Zuid Willemsvaart.  Dit deel werd “Eysder Bos”  genoemd en bestond hoofdzakelijk uit weinig vruchtbare heidegrond. Wanneer de mijnmaatschappij in 1908 eigenaar wordt van de gemeentelijke heide en met de bouw van de eerste woningen e.d. start, verkoopt Mie Merken in 1911 haar “kelderhut” en verhuist als tachtigjarige naar Eisden dorp. Van Mie Merken weten we nog dat ze “verkenjerde” of dement werd en uiteindelijk in “het gesticht” van Munsterbilzen terecht kwam waar ze op 5 maart 1927 overleed. Ze was toen bijna 97 jaar.

Maar wat weten we van die kelderhut ? Als je het opzoekt bij Wikipedia, dan kom je, jawel, weer bij die foto van Mie Merken bij haar kelderhut terecht.  

Het wordt ook kuilhuis of kuilwoning genoemd. Kuilhuizen zijn te vinden in tal van oude culturen over de hele wereld. Het werd niet altijd als woning gebruikt maar vaker ook als voorraadplaats of een soort werkplaats. Het waren goedkope simpele constructies. Eerst werd er een rechthoekig gat uitgegraven en daarrond houten en/of lemen wanden met daarboven een zadeldak bedekt met stro.

Ook aan het huisje van Mie Merken zie je de kleine raampjes links in de buitenwand, die veel lager geplaatst zijn dan de deur aan het andere einde. Ter hoogte van de raampjes zal de woonruimte zich in de kuil bevinden. De kuil biedt een bescherming tegen de koude in de winter en door de natuurlijke vochtigheid een verkoeling in de zomer. De vloer zal waarschijnlijk, zoals bij vele woningen in het verleden, bestaan uit aangestampte aarde en versterkt met dikke keien. (zie foto’s hieronder)

In heel België is er blijkbaar nog maar één kelderhut te bezichtigen. Die vind je in Bokrijk, een reconstructie van een kuilwoning. Zij werd opgetrokken onder leiding van Charles Wellens (1889 – 1958) naar schetsen die hij tijdens de Eerste Wereldoorlog had gemaakt van een kuilhut of kelderhut bewoond door een eenzaat op de Koerselse heide. Men nam aan dat arme heidebewoners er woonden.

Hieronder een paar foto’s die ik van deze kelderhut in Bokrijk gemaakt heb. Op de het grondplan van Bokrijk vind je de hut onder nummer 30.

De enige kuilwoning of kelderhut in België is te bezichtigen in Bokrijk

Tentoonstelling van de Stichting Erfgoed Eisden:
>>>>>>>>>>>>>>>>>BLIJFT LANGER OPEN<<<<<<<<<<<<<<<<<
Sint-Willibrorduskerk Eisdendorp van Zondag 3 juli tot 7 aug 2022.
Openingstijden: Op zaterdag 10-16u en Zondag 10-14u.

*** Inclusief toelichting van het archeologisch onderzoek.
SAMENSTELLING EN FOTO’S: Pierre Kelleners

Verschillende grote werken op en rond het Vrijthof, de aanleg van een fietsbrug, een nieuwe ontdubbelingsweg en een nieuwe viaduct, schiepen met de bouw van nieuwe woongelegenheden op de site van de voormalige gemeenteschool voor een nieuw Eisdens dorpsbeeld.

Het Gemeentehuis

De eerste grote werken aan het Vrijthof betroffen de renovatie en verbouwing van het voormalige Eisdense gemeentehuis.

Het gebouw dateert van 1954 en was toen een voorbeeld van nieuw bestuurs- en administratief centrum. Na de gemeentelijke fusie van 1971 verloor het zijn oorspronkelijke functie. Verschillende gemeentelijke diensten vonden er een onderkomen. Tot het in hoofdzetel zou worden van de sociale huisvestingsmaatschappij  Het Maaslands Huis.

 Het werd niet alleen een uitbreiding maar ook een grondige renovatie, die mei 2013 afgewerkt was.

DE OPGRAVINGEN OP HET VRIJTHOF   

WAAROM HET ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK…?
Bij grote werken stoot men wel eens op archeologische vondsten. Naar gelang de goede wil van de ondernemer wordt dit gemeld en de vondsten bewaard. Dikwijls doet men dit niet omdat een archeologisch onderzoek de werken vertraagt.

Voor de heraanleg van het Vrijthof moest de gemeente Maasmechelen dus ook een dergelijk onderzoek laten uitvoeren.

Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 verplicht de aanvrager van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen een archeologienota bij de vergunningsaanvraag te voegen

Er zijn verschillende zaken die bepalen of een archeologienota noodzakelijk is. Je mag ervan uitgaan dat het voor verkavelingen zeker nodig is vanaf een perceel oppervlakte van 3000 m² of meer en voor bouwwerkzaamheden vanaf een perceel oppervlakte van 3000 m² of meer en een bodemingreep van 1000 m² of meer.

Het bestaande plein en de omliggende straten, evenals de trappen naar de kerk werden in het kader van dit project volledig vernieuwd. De straat aan de noordzijde van het plein, het Vrijthof, werd  hierbij ongeveer 6,5 m naar het zuiden verlegd. Op deze manier werd een bredere terras- en voetgangerszone aan de noordzijde gecreëerd.  

Aanleg van een fontein   

Centraal op het terrein werd een fontein voorzien met spuitkoppen (ca. 400 m2 )

Het begin    

 Op vrijdag 18 augustus 2017 was er een werfoverleg met Frank Jaspers, Klaudie Boosten (Architectuur Depot), Luc Didden (Grobelco), Pierre Wijnen (gemeente Maasmechelen), Elke Wesemael (ARON bvba) en Sebastiaan Augustin. Op deze vergadering werd de praktische uitvoering van de werken besproken. Het onderzoek was voorzien in twee fases. Fase 1, met als startdatum 21 augustus 2017. Het proefsleuvenonderzoek werd uitgevoerd op 21 en 22 augustus 2017. 

INTERPRETATIE

Het voorkomen van een plaggendek in het centrum van Eisden-Dorp kan verklaard worden vanuit een historisch kader. Het Vrijthof in Eisden gaat namelijk terug op een Dries, een gemeenschappelijk plein voor het vee of een plaats waar men mocht planten. De aanwezigheid van een plaggendek is dan ook te relateren aan het gebruik van het plein als akkergrond in vroegere perioden. Wanneer het plaggendek tot stand is gekomen is echter niet duidelijk.

Onderzoek van het spoor leverde twee dolium-fragmenten en één fragment bouwkeramiek   op. Deze vondsten dateren het spoor in de Romeinse periode.    Aanwezigheid van een fragment van een modern wijnglas in de vulling.   

MUREN

De sporen die in het zuiden en het oosten van het marktplein werden aangetroffen, zijn post middeleeuws.

De bakstenen muren te relateren aan de bebouwing, het voormalige gemeentehuis, die vanaf het midden van de 19de eeuw op het Vrijthof gestaan heeft. De muur in sleuf 5 gaat vermoedelijk terug op de originele bouw uit 1848, de muren uit sleuf 4 op een uitbreiding omstreeks 1883.  Dit gemeentehuis werd op 1 april 1945 door een uitslaande brand volledig vernield.

VONDSTEN

 Er werden in totaal 16 vondsten geregistreerd.

Het betrof acht fragmenten aardewerk, één fragment bouwkeramiek, één glasscherf, één menselijk botfragment en vijf metalen voorwerpen. Het aardewerk omvat twee wandfragmenten van de dolium, een voorraadpot uit de Romeinse periode. Beide fragmenten zijn afkomstig van eenzelfde pot of vaas vervaardigd in een doliumbaksel. Twee wandfragmenten en een randfragment zijn in rood beschilderd aardewerk gemaakt. Op geen van de fragmenten is echter beschildering aanwezig. Het randfragment   is afkomstig van een pot uit de tweede periode van Schinveld en kan in het eerste, mogelijk nog het tweede kwart van de 13de eeuw gedateerd worden35. De twee wandfragmenten zijn vanaf 1050 te dateren. Een volgend wandfragment is afkomst van een kruik in Maaslands aardwerk.  Tot slot leverde het onderzoek twee grote randfragmenten in geglazuurd witbakkend aardewerk op.  De fragmenten hebben toebehoord aan een teil met een niet ondersneden bandvormige rand. De teil dateert uit de late tot post middeleeuwse periode Het fragment bouwkeramiek is vermoedelijk eveneens Romeins, maar was dermate klein dat het niet mogelijk was om het aan een welbepaalde vorm (tegula, Romeinse dakpan) toe te wijzen. Het glasfragment betreft een voet, afkomstig van een modern wijnglas.

DE VIJF METALEN VONDSTEN zijn allen afkomstig uit de storthopen. Het gaat om vier niet nader te determineren loden fragmentjes en een koperen munt.   De munt betreft een goed geconserveerde Gelderse koperduit uit 1690. Op de voorzijde bevindt zich een tulpkrans met daarin de tekst.D. GEL RIÆ in drie regels en daaronder het jaartal. Dit is voluit: ducatus Gelriæ, en betekent: hertogdom Gelderland. Op de keerzijde bevindt zicht het Gekroond wapen van Gelderland. Tekst: .IN. DEO. SP. NOS. (of variant). Dit is voluit: in Deo spes nostra, en betekent: onze hoop in de Heer. De muntmeester zou Johan van Brienen zijn geweest  

HET OUDSTE SPOOR dat het onderzoek aan het licht bracht is een kuil die op basis van enkele aangetroffen aardewerkfragmenten in de Romeinse periode dateert. Een andere kuil, een greppel en de oudste fase van de weg horen waarschijnlijk eveneens in deze periode thuis. De kans bestaat dat ze misschien zelfs ouder zijn. De greppel werd bijvoorbeeld onder de oudste fase van het wegtracé aangetroffen.

HET KINDERGRAF dateert vermoedelijk in de volle (900-1200) of late (1200-1600) middeleeuwen. Het is niet duidelijk of het gaat om een geïsoleerd graf dan wel om een graf dat deel uitmaakte van een kerkhof en hoe we de aanwezigheid van het graf dienen te verklaren. In de middeleeuwen werden overleden personen, zeker als het om christenen ging, immers rond of in het kerkgebouw begraven. Het graf is daarentegen op 30 m van de huidige en de romaanse kerk (13de eeuw) gelegen, buiten de afbakening van het kerkhofareaal zoals we het vandaag de dag nog kennen. Het menselijk botmateriaal is bestudeerd door Birgit Berk, fysische antropologe. Zij concludeerde dat het gevonden bot zeer waarschijnlijk een dijbeen is van een mens, meer bepaald een kind, met een leeftijd van ten minste 1,5 jaar. Waarschijnlijk was het individu eerder rond de drie jaar oud. Het volledige waarderingsverslag is terug te vinden onder bijlage

 WATERPUT

In het noorden van het Vrijthofplein werd een waterput (?) aangetroffen die een kuil doorsneed. Het betrof een vermoedelijke waterput, een kuil, een greppel en een paalkuil.   De vermoedelijke waterput heeft een diameter van ca. 3 m en een lichtbruine lemige vulling met enkele houtskoolspikkels en baksteenfragmenten erin

Geen van deze sporen leverde vondsten op. De donkere vulling van de waterput suggereert een middeleeuwse of na middeleeuwse datering. De sporen kunnen echter niet jonger zijn dan de 18de eeuw, gezien hun ligging in een zone die volgens historische kaarten vanaf het begin van de 19de eeuw bebouwd was.   

HET VIADUKT OVER DE KERKHOFSTRAAT

Dit brugje over de Kerkhofstraat leek een eeuwig leven beschoren. Het werd niet meer gebruikt.  Tenzij als rendez-vous oordje voor jonge paartjes, of voor een of andere door de regen verraste schuilende wandelaar.

Iedereen kende het ooit als het “het brökske” aan het einde van de Kerkhofstraat. Het was zichtbepalend en het was onlosmakelijk verbonden met de Kerkhofstraat. Een bouwsel dat zijn bestaan uitsluitend te danken had aan de goede oude stoomtram.

De tramlijn die in 1896 tot stand kwam als de lijn Tongeren Maaseik volgde eerst de Steenweg, nu de Rijksweg. Het spoor volgde de steenweg over de draaibrug Eisden 1, de Vuchterbrug, en geraakte zo in Eisden Dorp. Toen de Tuinwijk bewoond raakte konden de bewoners enkel gebruikmaken van de halte “Eisden. Café Charbonnage”, nu Beerensheuvel.

Met de snelle groei van de tuinwijken van de koolmijn, de uitbreiding van de Pauwengraaf als handelsstraat en de vestiging van het postkantoor op de hoek van de Koninginnelaan en de Nijverheidslaan, maakte een nieuw halte op dit kruispunt kennelijk ook interessant voor de Maatschappij van de Buurtspoorwegen.

Vanaf 1936 vormden de nieuwe vaste bruggen over de Zuid-Willemsvaart daarbij een nieuwe mogelijkheid om de lijn nu, over de brug Eisden 2, naar Eisden Dorp te verleggen.

De plannen en uitvoeringen dateren van 1938.

Omdat de tramlijn terug naar zijn bedding langs de Steenweg geleid moest worden moesten aan weerzijden van brug hellingen, de zogezegde, gelegd worden.

Grote hoeveelheden schist, het afvalgesteente dat in de kolenwasserij van de steenkolen gezuiverd werd, was een goedkoop gesteente, dat van onder de kolenwasserij per Décauville-smalspoor geen lange weg moest afleggen.

Van de Nijverheidslaan werd een zacht hellende berm voor het tramspoor aangelegd. Op de rechteroever van het kanaal werden dezelfde werken, richting de steenweg, uitgevoerd.

De helling naar de Dorpsstraat bleek, door de voortschrijdende mijnverzakkingen, geen geschikte weg voor de tram. Daarom plande men het tramspoor over een zacht dalende, richting de Steenweg.

Maar men moest over de Kerkhofstraat, vroeger de Zandstraat, geraken. En hiervoor werd het viaduct gebouwd.

In 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de tramlijn nog eens verlegd. Nu volgde ze Koninginnelaan en de Zetellaan tot aan de koolmijn. En vervolgde dan zijn weg naar de brug en de Steenweg.

Toen het in 2021 gesloopt werd had het 83 jaar het zich van de Kerkhofstraat bepaald.

Met de gewijzigde wegeninfrastructuur in en rond Eisden drong zich ook een oplossing op voor het drukke doorgangsverkeer voor Eisden Dorp op.

De oplossing lag bij een ontsluitingsweg van de brug rechtstreeks naar de Rijksweg.  De berm van de tramlijn werd vernieuwd en een nieuwe weg aangelegd.

Met de nieuwe fietsbrug die in mei 1921 ingehuldigd werd kon men vijf maanden later, begin oktober 2021, ook de nieuw weg over het nieuwe viaduct in gebruik nemen.

DE POORT VAN DE GEMEENTESCHOOL

De al geruime tijd leegstaande Eisdense gemeenteschool moet de plaats ruimen voor nieuwe woongelegenheden. De duizenden leerlingen die hier ooit op de schoolbanken zaten zullen ondanks alle renovatie, herbestemmingen en nieuwbouw, toch nog altijd aan hun vroegere schooltijd herinnerd worden.  Het visuele beeld van de school, die in 1931 afgewerkt was,  zal in het straatbeeld aanwezig blijven. Het mooie poortgebouw, eens het centrale deel van de school, blijft ook in de nieuwe architectuur behouden. Het blijft in de Onderwijsstraat een mooie blikvanger.

 In overleg met de gemeente Maasmechelen worden appartementen met één of twee slaapkamers voorzien voor bijvoorbeeld alleenstaanden, kleine gezinnen en ouderen. Ook zijn tien van de 32 appartementen aangepast voor mensen met een beperking.

De voormalige school staat al enige tijd leeg. Maaslands Huis kocht deze gebouwen aan en voorziet er nu sociale huisvesting. Het mijngebeuren heeft een nadelige invloed op de gebouwen gehad. Ze worden gedeeltelijk afgebroken en weer opgebouwd. Toch zal het visuele beeld van de school in het straatbeeld aanwezig blijven. Het centrale deel van de school is een mooi poortgebouw dat ook in de nieuwe architectuur behouden blijft.

 Aan de straatzijde voorziet  het Maaslands Huis op het gelijkvloers acht appartementen met één slaapkamer, waarvan vier aangepast voor personen met een beperking. Op de eerste verdieping, samen met het dakniveau, komen er acht duplex-appartementen met twee slaapkamers. De latere aanbouw aan het symmetrisch schoolgebouw wordt afgebroken. Op deze plaats voorziet Maaslands Huis een doorgang met daarboven in totaal vier appartementen.
 In het binnengebied wordt een gebouw met vier bouwlagen met lift voorzien, met in totaal twaalf appartementen, allen met twee slaapkamers waarvan zes aangepast voor personen met een beperking. Het gelijkvloers niveau van dit gebouw bevat twintig overdekte parkeerplaatsen.

Tentoonstelling van de Stichting Erfgoed Eisden:

SAMENSTELLING EN FOTO’S:     Pierre Kelleners

Bronnen: Archeologisch verslag Elke Wesemael (ARON bvba) en Archief Stichting Erfgoed Eisden

De Stichting Erfgoed Eisden kreeg een uitnodiging van de Basisschool De Triangel om de leerlingen van het 5de leerjaar het verhaal te brengen:”Kind zijn in de Tweede Wereldoorlog”.

Polyvalente zaal Basisschool De Triangel
Polyvalente zaal Basisschool De Triangel

Met zijn eigen kinderjaren als voorbeeld en de beelden uit het archief van de Stichting als illustraties, schetste onze medewerker, Jan Kohlbacher, die 5 jaren uit zijn jeugd.

Dat ”gewoon” naar school gaan niet altijd gewoon was. Soms waren de onderwijzers er niet. Omdat ze als Belgische soldaten krijgsgevangen waren. En dat er soldaten van verschillende legers in de schoolgebouwen ondergebracht werden. En er dus “geen school” was.

 Als reden van afwezigheid moesten sommige kinderen die niet naar school konden, opgeven dat   ze geen schoenen hadden.  Of in het aanwezigheidsregister van de school als reden van afwezigheid ook “honger” vermeld kon staan.

Dat de vaders en moeders elke dag opnieuw moesten zorgen dat het gezin genoeg te eten had. En dat men als kind dikwijls de kleren van een oudere broer of zus moesten dragen

Dat toen ook mensen, zoals de Joden, vervolgd werden. En er mensen waren die hen hielpen door ze in huis te verbergen. Moedige mensen die zich tegen de Duitse bezetters verzetten en dit met hun leven betaalden.

De beelden van Russische krijgsgevangenen die men bij de koolmijn van Eisden naar het werk zag marcheren, riepen herinneringen op aan de beelden die men vandaag in de nieuwsberichten ziet.

En na de oorlog, hetzelfde beeld, toen het Duitse krijgsgevangenen waren die de mijn in moesten.
De vrolijke mensen die bij de Bevrijding op straat de Amerikanen toejuichten.

En dat kinderen toen ook kennis maakten met chocolade en kauwgum, die ze van de Amerikanen kregen.

Met antwoorden op de vele vragen die de leerlingen stelden werd een leerrijke namiddag afsloten.

Foto’s van Basisschool Triangel

Zoals tijdens elke schooljaar begeleidden de gidsen van de Stichting Erfgoed Eisden de leerlingen van Maasmechelse scholen op hun zoektochten door het verleden van hun gemeente.

Zo trok Jan Kohlbacher nu, met de leerlingen van de vierde leerjaren van de Basisschool Proosterbos, per bus door de acht voormalige gemeenten die nu Maasmechelen vormen. Met het verhaal van iedere deelgemeente en de geschiedenis achter kenmerkende monumenten, als de Tank in Kotem, de Zuid-Willemsvaart, de Rijksweg, het imposante Helix-gebouw, de beide windmolens in Boorsem en Leut, de waterwinning in Eisden e.d.

Met stopplaatsen o.m. aan de Maas in Uikhoven, met uitleg en verhalen rond het carnavalsmonumentje en de chronogrammen in de gedenkstenen van de Graven van Rekem. En op de Maasoever het boeiende verhaal van de stroom met zijn kuren als regenrivier, gespekt met enkele spannende Maaslandse sagen en legenden.

Een tweede halte was het kasteel Vilain XIIII, waar de leerlingen, naast de geschiedenis van dit kasteel en zijn bewoners, leerden omgaan met de zonnewijzers, een spannend bezoek aan de kerkers mochten brengen en een restauratrice in het kasteel aan het werk konden zien. 

De leerlingen verwerkten onderweg hun opdrachten die nadien nog een afwerking in de klassikale lessen kregen.

Foto’s gemaakt door de Juffen van Proosterbos.

Dit gedenkteken is op 23 april 2012 ingehuldigd. Het staat op het kerkplein recht tegenover de Sint Barbara Kerk. Het ontwerp is van kunstenaar Pollie Gregor. Het is een betonnen constructie die verwijst naar de liftkoker van de mijn maar ook naar de toren van de Sint Barbara kerk. Het kreeg de naam De Putmannen omdat het hulde moet brengen aan alle mijnwerkers die omkwamen als gevolg van het mijnwerk. Het gedenkteken is een realisatie van het gemeentebestuur op een initiatief van de Stichting Erfgoed Eisden in samenwerking met Tuinwijk100 (nu Tuinwijk2020).

Aan de buitenzijden van deze “betonnen liftkoker” zijn twee bas reliëfs van Oscar Bronckaers aangebracht. Deze werden in opdracht van de mijndirectie in de jaren 50 door de kunstenaar Bronckaers gemaakt. Maar de mijndirectie was niet tevreden met de kromgebogen mijnwerker. Ze hadden liever jonge levenslustige  mijnwerkers gezien die aan de andere zijde is aangebracht. Dankzij de familie Bronckaers  mocht het oorspronkelijke ontwerp ook gebruikt worden voor dit gedenkteken.

Aan de binnenzijden van het gedenkteken zijn de 251 namen van  de mijnwerkers vernoemd die  tussen 1921 tot 1987  in de mijn van Eisden  het leven lieten. Het werkelijk dodental zal ongetwijfeld wel hoger zijn omdat er geen overlijdens als gevolg van de stoflong zijn bijgehouden.

Originele opname 2012 remake audio 02/2022

Bron Tijdschrift Eisden 2015 Jaargang 32 nr. 3

Waar nu mensen wonen in de gezellige sfeer van Eisden-Tuinwijk en winkelen in de riante omgeving van ‘Maasmechelen Village’, leefden en werkten twee- duizend jaar geleden ook al mensen. Op de grens van het Maasdal, met zijn vruchtbare leemgronden, uitgestrekte heidevlakten en beboste gebieden tegen de zacht glooiende hellingen van het plateau situeren zich dan ook de oudste bewoningssporen. De oudste ‘Eisdenaren’ vonden het een geschikte plaats om zich te vestigen.
Eeuwenlang was Eisden niet meer dan een kleine typisch Maaslandse dorpskern in T-vorm waarvan het korte been parallel liep met de Maas en het lange been zich westwaarts uitstrekte in de richting van de heide en de kleine bossen op de helling van het Kempens plateau.
Bij het begin van de 19de eeuw was Eisden een kleine gemeenschap, er leefden slechts 280 mensen verdeeld over 48 gezinnen: 48 gehuwde mannen, 8 weduwnaren, 90 ongehuwde mannen en mannelijke kinderen, 48 gehuwde vrouwen, 12 weduwen en 84 ongehuwde vrouwen en vrouwelijke kinderen.
Ze waren vooral actief als landbouwers en veetelers. De rijkere leemgronden aan de oostkant van het dorp waren in gebruik als landbouwgrond, de vochtige omgeving van de moerassige gronden werd gebruikt als weilanden voor het vee. De uitgestrekte heidegebieden in het westen, werden benut als gemeenschappelijke graasplaatsen voor de schapen en leverden heideplaggen die gebruikt werden als strooisel in de stallen en als aanvullende brandstof voor de huisbrand. Het gerooide hout werd benut als bouwmateriaal of als brandhout voor de verwarming van de woningen. De bewoners moesten hard werken om te voorzien in hun levensonderhoud.
Het is zeker dat deze mensen bij hun bezigheden op de akkers of de heide toevallig overblijfselen van vroegere bewoning hebben teruggevonden: restanten van metalen werktuigen of wapens, sieraden, aardewerk, glazen flessen, restanten van een begraafplaats of overblijfselen van bouwwerken… Uit onwetendheid werd er weinig aandacht aan geschonken. Aardewerk werd wel vernield om de ‘verborgen geldschat in de pot’ te vinden… helaas meestal zonder resultaat. Soms werden mooi bewerkte voorwerpen voor een habbekrats opgekocht om dan uiteindelijk te belanden in de verzamelingen van notabelen

19DE-EEUWS ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK
Vóór het einde van de 19de eeuw was er van gedegen archeologisch onderzoek

Uittreksel uit de Kabinetskaart van graaf de Ferraris (opgemaakt tussen 1771 en 1778). De T-vormige dorpskern tekent zich duidelijk af tussen de westelijke heide en de oos- telijke Maas. Opvallend zijn de uitgestrekte moerassige gebieden ten Noordoosten en Zuidwesten van het bewoningsgebied. De wegeninfrastructuur was beperkt tot een klein aantal onverharde verbindingswegen met de buurdorpen en enkele ‘karresporen’ als toegang tot het heidegebied.

op een wetenschappelijke basis geen sprake. Er werden wel oudheden opge- graven – Pompeï was reeds in het begin van de eeuw voor een gedeelte bloot- gelegd – maar de vondsten berustten op louter toeval. Indien er een voorwerp werd gevonden, werd gewoon verder gegraven met de bedoeling het museum- bezit of de particuliere verzameling te verrijken. Er werd geen notitie genomen van de omstandigheden waarin de voorwerpen gevonden werden, noch werd er rekening gehouden met een juiste situering in het geheel van de vindplaats. Opgravingsplannen, waarop elke vondst minutieus werd ingetekend, werden niet gemaakt. In het meest gunstige geval werd er een oppervlakkige situatie- schets gemaakt, die soms zo onduidelijk en onnauwkeurig was dat we de plaats nu niet meer kunnen lokaliseren… De beschrijving van de vondsten beperkte zich meestal tot een eenvoudige opsomming van de gevonden voorwerpen. Het eindrapport bestond dan uit een plechtig schrijven aan de hogere overheid. De vondsten werden overgedragen aan de goede zorgen van het Provinciebestuur dat ze opsloeg in de kelders… om nu spoorloos verdwenen te zijn… want ‘er zat geen papiertje bij met vermelding van de vindplaats’ …


Het 19de-eeuwse archeologisch onderzoek stond duidelijk nog in zijn kinder- schoenen!

NFRASTRUCTUURWERKEN IN HET MAASLAND EN ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK IN EISDEN…

Tijdens de overgangsjaren van de 18de naar de 19de eeuw begon een periode die het uitzicht van het Maasland in een versneld tempo en op een drastische wijze veranderde: het uitgraven van een kanaal, de aanleg van een rijksweg of de ontginning van de rijke leemlagen in de alluviale Maasvlakte om er in veldbrandovens bakstenen van te maken. Tijdens deze grootschalige grondwerken gebeurde het meer dan eens dat er voorwerpen uit een ver verleden aan het licht kwamen. Ook op het grondgebied van de gemeente Eisden was dit het geval.
Enkele jaren na de komst van de Franse legers, in 1794, werd gestart met de aanleg van de ‘Rigole Navigable’ die vanuit Hocht zorgde voor de aanvoer van Maaswater naar het ‘Grand Canal du Nord’ in Lozen. Reeds in 1808 waren de werken aan dit voedingskanaaltje gevorderd tot Eisden. Meteen werd het Eisdense grondgebied tot groot ongenoegen van de dorpsbewoners in twee delen gesplitst: ten oosten van de ‘Rigole’ lagen de dorpskern en de vruchtbare alluviale gronden die in gebruik waren als landbouwgebied en weilanden. Ten westen, op de zandige gronden, waren er heidevlakten en bevonden zich ‘Les Jardins d’Eysden’ waar de bewoners aan kleinschalige tuinbouw deden.
Na de val van Napoleon in 1815, zag de Nederlands koning Willem I wel mogelijkheden in het Franse waterbouwproject. Hij liet de ‘Rigole Navigable’ verbreden en uitdiepen om er een volwaardig kanaal, de Zuid-Willemsvaart, van te maken. Tijdens deze werkzaamheden werden regelmatig ‘oudheden’ gevonden. Op de grens van Eisden en Lanklaar werden in de jaren 1820, tijdens het uitgraven van het grote kanaalbassin, door de werklieden romeinse dakpannen, muurresten en scherven van terra sigillata-aardewerk gevonden.
In 1857 werden op de eigendommen van Graaf Vilain XIIII, ten westen van het bassin, door zijn arbeiders een onbekend aantal ‘Romeinse graven’ aangetroffen waarin zich rood en zwart aardewerk bevond samen met een klein gouden stempeltje. Over de precieze toedracht van de vondst, de juiste vindplaats, het aantal stukken en de vorm van het aardewerk blijven we in het ongewisse. In de kringen van de toenmalige oudheidkundigen raakten deze vondsten vlug bekend. De Nederlandse priester en latere Rijksarchivaris van Limburg, J. Habets en de Luikse rechter M. Schuermans waren op dat ogenblik bezig met een poging om de Romeinse statio Feresne, die duidelijk staat aangegeven op de Peutingerkaart, te localiseren. In 1867 deden zij onderzoek aan de voet van de kanaaldijk in Mulhem, in de nabijheid van ‘de Panneschob’. Dit leverde heel wat restanten van Romeinse bouwmaterialen op: tegulae, imbrices, mortel en pleister. Te midden van het puin troffen ze ook de grondvesten aan van de oude St.-Janskapel die werd afgebroken bij de aanleg van de Zuid-Willemsvaart. De twee oudheidkundigen waren er vast van overtuigd dat ze de statio Feresne konden localiseren in het kleine Mulhem…

Een tweede ingrijpende aanpassing, in de jaren 1812 en later, was de grondige vernieuwing van de in een haast onbruikbare toestand verkerende verbindingswegen om de Franse troepenverplaatsingen vlotter te laten verlopen. Het traject van de aloude Romeinse heirbaan, aangelegd rond het jaar 70 n.C., die Maastricht met Nijmegen verbond, werd verlaten. Deze heirbaan, uit verharde kiezel, volgde de grens tussen het dekzandgebied en de alluviale vallei die gevormd was door de talloze Maasmeanders. De nieuwe ‘Rijksweg’ die het Franse Givet, via Namen-Luik-Maastricht en Venlo, verbond met het Duitse Wesel zorgde weer voor een veranderd beeld in Eisden.
De T-vorm van het dorp verdween stilaan om plaats te maken voor een uit- gebreider stratenpatroon met een relatief geconcentreerde bewoning tussen Rijksweg en Zuid-Willemsvaart.
Tijdens deze werkzaamheden ondervonden de aannemers dat de Eisderkiezel bijzonder geschikt was voor de wegenbouw. Aan de westzijde van het kanaal ontstond dan ook een nieuwe ‘nijverheid’: de ambachtelijke ontginning van de kiezellagen aan de voet van het Kempens plateau. Niet alleen was dit een welkome aanvulling voor het inkomen van ondernemende inwoners van Eisden, maar zorgde het ook voor de bijnaam van de dorpsbewoners: ‘de Eisdense kiezelbeiren’!

Tijdens de uitbating van deze kiezelgroeven kwamen regelmatig ‘oude voorwerpen’ aan het licht. De arbeiders schonken er echter geen aandacht aan. Tijdens hun verkenningstochten vanuit Mulhem in de richting Eisden werd de aandacht van J. Habets en M. Schuermans getrokken door de aanwezigheid van vier heuvels en een aantal verhoogde wallen. In 1867-1868 voerden zij er een bodemonderzoek uit dat werd gesubsidieerd door de Provincie Limburg.
Van beide opgravingscampagnes bestaat een uitgebreide briefwisseling met het provinciebestuur. Deze teksten mag men beschouwen als opgravingsverslag. In de bijlagen bevinden zich rudimentair getekende situatieplannetjes die niet altijd even duidelijk zijn. Van tekeningen van de vondsten is er nergens een spoor. De gevonden artefacten zijn eveneens spoorloos… In Eisden-dorp werden nog een aantal vindplaatsen ontsloten, o.a. langs de Langstraat en de Leuterweg. Het ligt in onze bedoeling in de komende afleveringen van dit tijdschrift een zo volledig mogelijk overzicht van de Eisdense vondsten samen te stellen aan de hand van de beschikbare gegevens. Bij de voorbereidingen van dit project ondervonden we onmiddellijk dat het niet eenvoudig zal zijn de ‘historie van de Eisdense archeologische vondsten’ te reconstrueren.
We beseffen dat dit overzicht in schril contrast zal staan met de bevindingen van de opgravingen op de ‘Mottekamp’ te Mechelen waarvan we de resultaten zullen kunnen bewonderen in een prestigieuze tentoonstelling van het Cultuur- centrum aan de Koninginnelaan te Eisden.


Robert Dexters

De heemkundige kringen ‘t Oude Grimbiaca, Vochte en Stichting Erfgoed Eisden stellen de gezamelijke publicatie ‘MAASMECHELSE DORPEN TIJDENS WOI – Het dagelijks leven” voor. Een boek over Wereldoorlog I in Opgrimbie, Vucht en Eisden.

Tientallen verhalen, getuigenissen en feiten schetsen een knap beeld van het dagdagelijkse leven onder de Duitse bezetter.

De voorstelling van het boek vindt plaats op vrijdag 26 september 2014 om 19.00 uur in het Cultuurcentrum, Koninginnelaan 42 – Maasmechelen.

Alle leden van ‘t Oude Grimbiaca, Vochte en Stichting Erfgoed Eisden ontvangen een GRATIS exemplaar. Voor andere geïnteresseerden wordt het boek aangeboden aan 12 Euro per persoon, verzendingskosten inbegrepen.

De publicatie werd mede mogelijk gemaakt door de financiële en logistieke steun van Efgoedcel Mijn-Erfgoed en het gemeentebestuur van Maasmechelen.

Het Museum van de Mijnwerkerswoning in de oudste Eisdense Cité, dat met zijn oud interieur regisseur Stijn Coninx, toen hij op zoek was voor het passende decor, onmiddellijk voor zich kon winnen, is nu ook een geliefkoosde plaats voor de filmfans van “Marina”. In de mijnwerkerswoning, zijn tuin, de Dopheidestraat, het kerkplein en het kleine zaaltje onder de Casinofeestzaal waren de plaatsen waar de filmploeg drie weken opnames maakte, spelen zich immers de familiale taferelen af o.a. de discussies met de impresario, de aanhouding van Rocco e.d.

Reden genoeg voor de liefhebbers om na het zien van de film, of voor ze naar de bioscoop gaan, dit originele decor te bekijken en te beleven. Een herkenbare en bevoorrechte plaats blijkt dan de divan in de keuken te zijn voor het wandtapijt met de herten. In de film zitten Rocco en zijn moeder heel vaak op deze plaats. Bezoekers, zoals Stefano Guarragi en dochter Sandra lieten zich dan ook graag op deze plaats fotograferen.  Stefano liep in Waterschei school met Rocco Granate. De slaapkamer, waar Rocco en zijn vader een voetmatje op de vloer schilderen, is voor de bezoekers een andere favoriete plaats om zich te laten fotograferen.
Na hun bezoek laten enkele vrouwelijke fans van Matteo Simoni in het gastenboek volgende boodschap achter “Matteo ti amo”

Regisseur Stijn Coninx kwam deze week nog eens terug naar het Museum van de Mijnwerkerswoning in Eisden.  Het interieur van deze woning is immers één van de drie Eisdense locaties waar vele binnenopnames voor de film Marina gemaakt werden. Nu werd Stijn Coninx door journaliste Caroline Van den Heuvel geïnterviewd voor het Nederlandse nieuwsprogramma EenVandaag.  Zij gaf de voorkeur aan dit Eisdense decor en Stijn Coninx beaamde volmondig. De genodigden konden de sfeer zelfs letterlijk proeven omdat de Vrienden van het Museum voor uniek Oostenrijks en Italiaans gebak zorgden.  

Stijn ConinxIn de uitzending tijdens EenVandaag is er eveneens een gesprek met zanger Rocco Granata, Stijn Coninx, regisseur van de film en Jefke Vliegen, een goede vriend van Rocco. Het geheel wordt uitgezonden als aanloop naar de film die nu ook in Nederland in roulatie gebracht wordt. Het Museum van de Mijnwerkerswoning in de oudste Eisdense Cité, dat met zijn oud interieur regisseur Stijn Coninx, toen hij op zoek was voor het passende decor, onmiddellijk voor zich kon winnen, is nu ook een geliefkoosde plaats voor de filmfans van “Marina”. In de mijnwerkerswoning, zijn tuin, de Dopheidestraat, het kerkplein en het kleine zaaltje onder de Casinofeestzaal waren de plaatsen waar de filmploeg drie weken opnames maakte, spelen zich immers de familiale taferelen af o.a. de discussies met de impresario, de aanhouding van Rocco e.d.

Op 20 januari j.l. bracht Gouverneur Herman Reynders een bezoek aan het Museum van de Mijnwerkerswoning in de Eisdense Tuinwijk. Jan Kohlbacher, voorzitter van de Stichting Erfgoed Eisden, stelde de vrijwilligers, die de Stichting, het museum en het archief en documentatiecentrum al meer dan dertig jaar beheren en uitbouwen, aan de Gouverneur voor. Burgemeester Raf Terwingen, pastoor Jan Braeken, volksvertegenwoordiger Meryame Kitir, OCMW-voorzitter Erik Verberne, schepen Erik Kortleven, bezochten met de Gouverneur het Museum van de Mijnwerkerswoning en ons archief- en documentatiecentrum. Gouverneur Reynders was verrast door het museum, waar hij vele dingen herkende uit het leven van zijn grootouders. Tevens toonde hij zich onder de indruk van de rijke beeld- en documentenarchieven, die de andere helft van de tweewoonst letterlijk tot onder de nok vullen. Als illustratie van de initiatieven van Tuinwijk 2020, die de citébevolking telkens weer in gezamenlijke activiteiten samen brengen, schonken de gastheren de Gouverneur de bekende fotoboeken en de recente publicatie van professor N. Nelissen die in zijn werken over de Europese architectuur, een bijzonder hoofdstuk wijdt aan de Eisdense Tuinwijk.

De film Marina trekt volle zalen in de Belgische en buitenlandse cinema’s. Matteo Simoni vertolkt Rocco Granata in de hoofdrol. Fijn om te weten is dat Matteo de achterkleinzoon én kleinzoon is van 2 Eisdense ex-mijnwerkers Vittorio en Bruno Simoni.

Heel wat scènes werden in Eisden en in het bijzonder in ons Museum van de Mijnwerkerswoning opgenomen.

De VRT interviewt Muharrem Ciftci, één van de eerst aangekomen Turken in Eisden en Jan Kohlbacher, in 1963 zijn eerste leraar Nederlands.

VRT interviewt Muharrem Ciftci, één van de eerst aangekomen Turken in Eisden

De TV-opnames werden gemaakt aan zijn eerste onderkomen in de Oude Burelen, aan de eerste woning voor zijn gezin in 1967, aan de eerste moskee waar hij de eerste voorganger was, aan de schachtbokken en aan het monument van de putmannen, in het museum met de eerste handboeken die destijds gebruikt werden…

Ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van oma Fam. Jacobs Frans-Arlette Stoffels en de Gezinsbondactie ‘Krokuskriebels’ bracht de familie een bezoek aan het Museum van de Mijnwerkerswoning.

De 100.000ste bezoeker werd bij middel van lottrekking bepaald onder de
zes aanwezige kinderen. Zij mochten een geschenk in ontvangst nemen van Schepen van Toerisme de heer Erik Kortleven en voorzitter Jan Kohlbacher van Stichting Erfgoed Eisden.

De 100.000ste bezoeker is de 10-jarige Anne Tilmans, Rijksweg 535 Dilsen.

Anne is het meisje in het midden met de blauwe sjaal.

Waar zijn de nieuwe medewerkers … ?

Bij het honderdste nummer van ons tijdschrift ook een bedenking. Onze redactie wordt, gelukkig, ook elk jaar een jaar ouder. We kijken dus uit naar nieuwe medewerkers.
Het mogen jongeren zijn. Maar het is geen voorwaarde. Wij zoeken mensen die in de lokale geschiedenis geïnteresseerd zijn. En dit terrein heeft zoveel mogelijkheden. Van stamboomonderzoek naar de geschiedenis van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, van het mijnverleden naar de volkskundige tradities, van de natuur tot haar detailbeschrijvingen in het dialect…

Geloof ons: het is een boeiende activiteit. Aarzel dus niet om eens kennis te komen maken.
Het telefoonnummer van de redactie is nog steeds: 089 764575.

Op de feestdag van de Onnozele Kinderen werd in zaal Casino een feestelijke brunch aangeboden aan de medewerkers van de Stichting Erfgoed Eisden. Wij benutten dit historisch moment uiteraard om enkele“ mensen van het eerste uur” netjes op een rij op foto vast te leggen:
van links naar rechts: Jan Kohlbacher, Lots Decsi, Pierre Janssen,
Pollie Gregoor, Jos Miscoria.

De aanwezige redactieleden : van links Martin Klingels,Marie Jeanne Brabants, Jan Kohlbacher, Roosje Chini, Jackie Martens, Robert Dexters, Pierre Kelleners. Ulli Kohlbacher en Jean Ramakers waren verontschuldigd.

Tijdens de verjaardagsbrunch schetste voorzitter Jan Kohlbacher de geschiedenis van het tijdschrift Eisden. Hij deed ook een nieuwe oproep voor nieuwe medewerkers. Hij noemde de functies van voorzitter en secretaris als “echt vacant”.